Stervormig blad dat in oktober en november vlamt in vermiljoen, paars en goud.
De amberboom (Liquidambar styraciflua) is een loofboom uit de familie Altingiaceae, oorspronkelijk afkomstig uit het zuidoosten van Noord-Amerika. In Nederlandse stadsparken en straten wordt hij sinds de twintigste eeuw veel aangeplant vanwege zijn betrouwbare en spectaculaire herfstverkleuring. De boom kan onder gunstige omstandigheden dertig meter hoog worden, met een rechte stam en een aanvankelijk piramidale, later meer afgeronde kroon. Het blad is karakteristiek vijf- tot zevenlobbig en lijkt op dat van een esdoorn, maar staat verspreid in plaats van tegenover elkaar aan de twijgen. De vruchten zijn stekelige bolletjes die in de winter aan de boom blijven hangen. Bredabloeit toont de amberboom als herfstkleur-event: het is geen bloei-attractie maar een visueel spektakel in oktober en november.
De amberboom bloeit onopvallend in mei met groengele bloemkluwens, maar het echte event is de herfstverkleuring. In Nederland begint de verkleuring meestal rond begin oktober (DOY 275-280), waarbij de bladeren eerst geel en oranje worden, daarna overgaan in vermiljoen, karmozijn en uiteindelijk diep paars-violet. De piek-kleur valt doorgaans tussen half oktober en half november (DOY 290-315), afhankelijk van temperatuur en nachtvorst. Een koude, droge nazomer geeft de meest intense kleuren; warme natte herfsten dempen het effect. Eenzelfde boom kan tegelijk meerdere kleuren dragen, wat een gelaagd spectrum oplevert. Tegen eind november (DOY 325) zijn de meeste bladeren gevallen.
Het blad is de duidelijkste sleutel: vijf tot zeven puntige lobben, glanzend donkergroen in zomer, met een symmetrische sterstructuur. Verwarring met esdoorn is gangbaar maar te ondervangen — bij esdoorn staan bladeren tegenover elkaar aan de twijg, bij amberboom verspreid. De schors is grijsbruin en diep gegroefd in lange ribben, jongere takken kunnen kurkachtige lijsten vertonen. De vruchten zijn opvallend: harde stekelballen van twee tot drie centimeter, eerst groen, later bruin, die de hele winter aan de boom blijven hangen. Gekneusd blad geeft een lichte balsemgeur door de aromatische harsen — vandaar de naam Liquidambar, 'vloeibaar amber'.
Amberbomen worden in Nederland veel aangeplant in laanbeplanting, parkranden en op pleinen, omdat ze relatief weinig last hebben van stadsklimaat en goed bestand zijn tegen verharding. Ze vragen een vochtige maar goed gedraineerde, licht zure bodem en volle zon voor de beste herfstkleur. In schaduw blijft het blad langer groen en valt de verkleuring tegen. De boom is langzaam groeiend in de eerste jaren, daarna gestaag. Hij verdraagt korte droge periodes maar geen langdurige verzilting. Voor wie de herfstkleur wil zien: bezoek de boom op een heldere middag, want het tegenlicht laat de kleuren oplichten als gebrandschilderd glas.
De amberboom werd in de zeventiende eeuw vanuit Noord-Amerika in Europa geïntroduceerd, eerst in botanische tuinen, later als sierboom. De inheemse bewoners van het zuiden van de Verenigde Staten gebruikten de geurige hars, die uit ingesneden stammen vloeit, als kauwgom en wondbalsem. In de twintigste eeuw werd de boom in West-Europa populair als straatboom, mede door cultivars met voorspelbaar felle herfstkleur, zoals 'Worplesdon' en 'Lane Roberts'.
Nog maar 0 waarnemingen van Amberboom dit jaar. Deel er één en de pagina komt tot leven.
Voeg je waarneming toe →