terug naar kaart/ Soorten / ginkgo
Bloeivinder
boom · Goudgeel · door bloomists vastgelegd

Japanse notenboom

Ginkgo biloba

Waaiervormig blad dat in november in een paar dagen knalgeel kleurt en massaal valt.

Rust · 0%12 okt16 nov0 waarnemingen · 2026

Over de japanse notenboom

De Japanse notenboom (Ginkgo biloba) is een levend fossiel: de soort bestaat al ruim 200 miljoen jaar nagenoeg ongewijzigd en is de enige overgebleven vertegenwoordiger van een ooit wereldwijde plantenfamilie. Botanisch gezien is het geen loofboom in de moderne zin — Ginkgo staat tussen naaldbomen en bedektzadigen in en vormt zijn eigen klasse. In Nederland wordt hij veel aangeplant als straat- en parkboom omdat hij ongekend tolerant is voor luchtvervuiling, droogte en stadsklimaat. De boom heeft een aanvankelijk smal-piramidale, later breder uitwaaierende kroon en kan vijfentwintig meter hoog worden. Het waaiervormige blad met zijn parallelle nerven is uniek in het plantenrijk en maakt de soort onmiddellijk herkenbaar.

Bloei-timing

Ginkgo bloeit in april-mei zeer onopvallend; het werkelijke event is de herfstverkleuring. In Nederland begint het waaierblad meestal eind oktober te kleuren (DOY 295), waarbij de overgang van groen naar diep goudgeel binnen één tot twee weken voltooid is. De piek valt vaak in de eerste helft van november (DOY 305-315). Karakteristiek is de bladval: anders dan bij de meeste bomen vallen ginkgobladeren vrijwel synchroon, soms binnen één of twee dagen na een nachtvorst, waardoor onder de boom een geel tapijt ontstaat. Dit fenomeen is in Japan zo iconisch dat het een eigen woord heeft. In Nederland gebeurt het meestal tussen 5 en 20 november.

Hoe herken je het?

Het blad is onmiskenbaar: een leerachtige groene waaier van vijf tot acht centimeter breed, vaak in het midden ingesneden tot twee lobben — vandaar biloba, 'tweelobbig'. De nerven lopen parallel vanuit de bladsteel, zonder vertakking, wat botanisch zeer ongewoon is. Bladeren staan in bundels op korte zijspruiten of verspreid aan langere twijgen. De schors is grijs en diep gegroefd bij oudere bomen. Vrouwelijke exemplaren dragen vlezige geel-oranje zaden die bij rotting een sterke boterzuurgeur verspreiden; in stedelijke aanplant kiest men daarom vrijwel altijd voor mannelijke cultivars als 'Autumn Gold' of 'Princeton Sentry'.

Praktisch

Ginkgo verdraagt vrijwel alles: luchtvervuiling, zout, droogte, stadshitte, verdichte grond. Daarom is hij wereldwijd een van de meest aangeplante straatbomen. In Nederland staan exemplaren in vrijwel elke gemeente, in lanen, op pleinen en in parken. De boom groeit langzaam de eerste decennia maar wordt zeer oud — sommige Aziatische exemplaren zijn meer dan duizend jaar. Voor de herfstkleur: bezoek de boom op een heldere dag in de eerste helft van november, en kom binnen een week terug om de bladval mee te maken. Onder de boom liggen de bladeren als gouden munten.

Achtergrond

Ginkgo werd lange tijd alleen bekend uit fossielen tot Europese botanici hem in de zeventiende eeuw aantroffen in Japanse tempeltuinen, waar boeddhistische monniken de soort eeuwenlang in cultuur hielden. Engelbert Kaempfer beschreef hem in 1712. In Hiroshima overleefden zes ginkgobomen de atoombom van 1945 en lopen nog steeds uit — sindsdien geldt de soort als symbool van veerkracht.

Nog stil hier

Wees de eerste
die ’m vastlegt dit jaar.

Nog maar 0 waarnemingen van Japanse notenboom dit jaar. Deel er één en de pagina komt tot leven.

Voeg je waarneming toe