Late zomerheester met grote, trompetvormige bloemen in roze, paars of wit.
De altheastruik of Hibiscus syriacus, ook wel bekend als roos van Sharon, is een loofverliezende sierheester afkomstig uit Oost-Azië — ondanks de soortnaam syriacus die suggereert dat de plant uit Syrië zou komen. De verwarring ontstond omdat de plant via handelsroutes in het Midden-Oosten Europa bereikte. In Nederland wordt de altheastruik vooral als solitair in voortuinen en bij entrees van openbare gebouwen geplant, maar ook in plantsoenen waar een late zomerbloei gewenst is. De struik houdt van een warme, zonnige standplaats met goed doorlatende grond en is opvallend droogtebestendig — een eigenschap die hem in het opwarmende Nederlandse klimaat steeds aantrekkelijker maakt voor stedelijke beplanting. Hij wordt twee tot drie meter hoog en heeft een rechtopgaande, vaaswormige groeivorm. Onderhoud is minimaal: snoei in maart bevordert grotere bloemen op nieuw hout.
De altheastruik bloeit in Nederland van eind juli tot half september, wat hem tot een van de laatste zomerbloeiers maakt. De piek ligt meestal in de tweede helft van augustus. Elke individuele bloem opent slechts één dag — vaak in de vroege ochtend — en valt 's avonds af, maar de struik produceert continu nieuwe knoppen, zodat de bloeishow weken doorloopt. Warme, zonnige perioden versnellen de bloemproductie; koele, natte perioden vertragen deze. De plant heeft veel warmte nodig om in bloei te komen, dus in koele zomers begint de bloei pas in augustus en is minder uitbundig. Tegen het einde van het seizoen worden de bloemen vaak iets kleiner, maar de bloei houdt aan tot de eerste nachtvorst, doorgaans rond half oktober in Nederland.
Herken de altheastruik aan zijn grote, trompetvormige bloemen van zes tot tien centimeter doorsnede met vijf overlappende kroonbladen. De kleuren variëren van zuiver wit via zachtroze en mauve tot diep paars en blauwviolet, vaak met een contrasterend donkerrood hart. De lange staminale zuil in het midden van de bloem — een typisch malva-kenmerk — is goud van kleur en steekt duidelijk uit. De bladeren zijn middelgroot, drielobbig, met een grof getande rand en een fris middengroen. De struik is laat in blad: pas in mei verschijnen de eerste bladeren, opvallend later dan de meeste andere heesters. Hij is geurloos, wat hem onderscheidt van de geurende vlinderstruik die in dezelfde periode bloeit. De groeivorm is rechtopgaand met stevige, weinig vertakte takken.
Bezoek altheastruiken in augustus tussen acht uur 's ochtends en het vroege middaguur, wanneer de bloemen vers geopend en op hun grootst zijn. Door de korte levensduur van één dag per bloem zijn ochtendfoto's altijd beter dan middag- of avondopnames; tegen vier uur beginnen veel bloemen al te verschrompelen. Diafragma f/5.6 tot f/8 geeft een hele bloem scherp met een zachte achtergrond. De grote, schotelvormige bloemen werken goed in frontale composities, recht van voren gefotografeerd. Voor afwisseling: een zijaanzicht laat de uitstekende staminale zuil opvallen. Hommels bezoeken de bloemen actief — wacht enkele minuten geduldig en je vangt er meestal wel één in beeld. Bij regenweer raken de papierachtige kroonbladen snel beschadigd, dus plan je bezoek na een droge nacht.
Hibiscus syriacus werd in 1753 door Linnaeus beschreven en kreeg de soortnaam syriacus omdat de plant op dat moment vooral bekend was uit tuinen in Syrië en Klein-Azië. De ware oorsprong ligt in Korea, China en India, waar de plant al duizenden jaren wordt gekweekt. In Korea is hij de nationale bloem, mugunghwa genoemd, symbool van duurzaamheid en doorzettingsvermogen. In Europese tuinen verscheen de plant pas in de zestiende eeuw via Constantinopel. In Nederland is hij sinds de achttiende eeuw bekend als sierheester en heeft hij in de twintigste eeuw een opmars gemaakt door de ontwikkeling van compactere cultivars geschikt voor kleine voortuinen.
Nog maar 0 waarnemingen van Altheastruik dit jaar. Deel er één en de pagina komt tot leven.
Voeg je waarneming toe →