Felgele bloemen op kale, groene twijgen, vaak getraind tegen muren en hekken.
Jasminum nudiflorum, de winterjasmijn, is afkomstig uit Noord-China en in de negentiende eeuw in Europa geïntroduceerd. In Nederland is hij een vertrouwde verschijning in stadsparken, plantsoenen en oudere tuinen, vaak getraind tegen muren, hekken of pergola's, maar ook gebruikt als hangende beplanting over keermuren of taluds. De plant is geen echte klimplant: hij heeft geen hechtorganen of slingerende takken, maar hij heeft slappe, lange twijgen die wel als zodanig kunnen worden vastgezet. Zonder ondersteuning groeit hij als een laag struweel met overhangende takken, waarbij wortelende takken nieuwe planten vormen. De twijgen zijn opvallend felgroen, bijna gestreept, en blijven dat ook in de winter, wat de plant ook zonder bloei sierwaarde geeft. Winterjasmijn verdraagt schaduw, vorst en stedelijke omstandigheden uitstekend, wat zijn populariteit in publiek groen verklaart.
Jasminum nudiflorum bloeit in Nederland van begin november tot eind februari, met een duidelijke piek tussen begin januari en half februari. De bloei loopt in golven: na elke zachte periode openen nieuwe knoppen, bij vorst stopt de bloei tijdelijk zonder dat de gesloten knoppen schade oplopen. Open bloemen kunnen wel bevriezen, maar er staan altijd voldoende reservenknoppen klaar om bij dooi te openen. Wat winterjasmijn bijzonder maakt, is de combinatie van felle gele kleur en volledig kale, groene twijgen, een visueel zeer opvallend contrast in een verder grijs jaargetijde. De plant draagt vaak honderden bloemen tegelijk verspreid over een groot oppervlak, wat hem in volle bloei bijna fluorescerend maakt. Geur is afwezig, in tegenstelling tot zijn zomerbloeiende verwant Jasminum officinale.
De bloemen van winterjasmijn zijn buisvormig en gaan open in zes ronde, gele lobben, samen ongeveer twee tot drie centimeter breed. De kleur is helder citroengeel, soms met een lichte oranje gloed bij oudere bloemen. Bloemen staan solitair in de oksels van de afgevallen bladeren, waardoor ze als rijen lampjes langs de twijgen lijken te hangen. De twijgen zelf zijn vierkantig in doorsnede, helder groen en blijven dat de hele winter, wat de plant herkenbaar maakt. Het blad is samengesteld uit drie kleine, eivormige deelblaadjes en verschijnt pas na de bloei. Te onderscheiden van forsythia, die ook geel bloeit op kale takken maar pas in maart-april begint, een echte struik vormt en grotere bloemen draagt. Winterjasmijn is altijd voor de bladuitloop in bloei en heeft typisch felgroene twijgen.
De beste tijd om winterjasmijn in volle bloei te zien is tussen begin januari en half februari op een zonnige, zachte dag. De plant wordt vaak aangeplant tegen muren op het zuiden of zuidwesten, langs hekken in plantsoenen en als overhangende beplanting op keermuren. Voor foto's werkt een wijde opname goed om de massa gele bloemen en de groene twijgstructuur in beeld te brengen, eventueel met een muur of donkere achtergrond als contrast. Een close-up brengt de buisvormige bloem en de zes lobben mooi in beeld. De twijgen zijn lang en buigzaam, dus pas op dat ze niet in de wind draaien als je dichtbij komt. Goede plekken zijn binnenstadsplantsoenen, oude muren rond gemeentehuizen en parkeermuren langs parkranden, waar het overhangende effect het mooist tot zijn recht komt.
Jasminum nudiflorum werd in 1844 door de Britse plantenjager Robert Fortune vanuit China naar Engeland gebracht, in dezelfde reis als waarop hij ook thee voor de British East India Company vergaarde. De soortnaam nudiflorum betekent letterlijk 'naaktbloeiend', verwijzend naar de bloei op kale takken zonder blad. De plant verspreidde zich snel door Europese tuinen en werd standaard openbaar groen in de twintigste eeuw.
Nog maar 0 waarnemingen van Winterjasmijn dit jaar. Deel er één en de pagina komt tot leven.
Voeg je waarneming toe →