Salvia virgata is een vaste plant uit het oostelijke Middellandse Zeegebied, de Kaukasus en delen van West-Azië — denk aan Turkije, Iran en de Balkan. De geslachtsnaam Salvia komt van het Latijnse salvare, 'redden' of 'genezen', een verwijzing naar de medicinale reputatie die het hele geslacht al sinds de Romeinse tijd draagt. De soortnaam virgata betekent 'roedeachtig' of 'met dunne stengels', wat slaat op de slanke, opgaande bloeistengels. In West-Europa is de plant geen wilde verschijning maar een tuinplant: vanaf de twintigste eeuw werd hij door kwekers opgepikt voor borders en prairietuinen, mede dankzij de opkomst van het natuurlijke beplantingswerk van ontwerpers als Piet Oudolf. In Noord-Amerika daarentegen heeft hij zich agressief uitgezaaid en geldt hij plaatselijk als invasief onkruid.
Salvia virgata bloeit in Nederland van eind mei tot ver in juli, met een duidelijke piek rond half juni (DOY 160–180). Bij een tweede snoei vlak na de eerste bloei volgt vaak een lichtere nabloei in augustus en september. De bloeiperiode is daarmee fors langer dan die van veel andere salies in de border. Warme, droge zomers verlengen de hoofdbloei; in natte juni-maanden zakken de stengels sneller door en eindigt de show eerder. In Breda zie je hem vooral in aangelegde borders en prairieperken, niet in het wild.
De bloeistengels zijn rechtopstaand en vertakt, meestal 40 tot 70 cm hoog, en dragen kransen van kleine lipbloemen in een diep violet tot blauwpaars. Per krans zitten zes tot tien bloempjes, en de stengel telt al gauw acht tot twaalf kransen boven elkaar — vandaar de slanke, kandelaarachtige indruk. De kelken zijn opvallend donker, bijna zwartpaars, en blijven ook na de bloei sierlijk staan. Het blad zit vooral onderaan: lancetvormig, gerimpeld, mat groen, met een lichte salieachtige geur als je eraan wrijft, minder uitgesproken dan bij keukensalie. De plant vormt met de jaren brede pollen vanuit een houtige voet.
De beste fotomomenten zijn vroeg in de ochtend of het laatste uur voor zonsondergang, wanneer het violet warm oplicht tegen de donkere kelken. Fel middaglicht maakt het paars vlak en blauwig op de foto. Zoek de plant in zonnige borders met goed doorlatende grond — in Breda kom je hem tegen in de aangelegde perken rond het Valkenberg en in prairie-achtige beplanting in nieuwere parkdelen. Een macro- of korte telelens (60–105 mm) werkt prettig: de kransen vragen om isolatie tegen een rustige achtergrond. Ga op een windstille dag; de slanke stengels bewegen bij elke vlaag.
Salvia virgata werd al beschreven door Nikolaus Joseph von Jacquin in de late achttiende eeuw, in een tijd waarin Weense botanici systematisch de flora van het Ottomaanse Rijk en de Levant in kaart brachten. Lang bleef de soort in Europa een botanische curiositeit, terwijl andere salies allang de tuinen veroverden. Pas met de doorbraak van de zogenaamde 'new perennial movement' vanaf de jaren tachtig kreeg hij een serieuze plek in West-Europese borders, naast soorten als Salvia nemorosa en Salvia × sylvestris. Tegelijk verspreidde de plant zich, waarschijnlijk via veevoer en zaadverontreiniging, naar de prairies van de Verenigde Staten — waar hij in staten als Kansas inmiddels op de lijst van schadelijke onkruiden staat. Een plant met twee gezichten dus: gewaardeerd in Europa, gevreesd in Noord-Amerika.
Nog maar 1 waarneming van Salvia virgata dit jaar. Deel er één en de pagina komt tot leven.
Voeg je waarneming toe →