Bossalie (Salvia nemorosa) komt van oorsprong uit Centraal-Europa en West-Azië, waar de plant op droge graslanden, langs bosranden en op steppes groeit. De geslachtsnaam Salvia gaat terug op het Latijnse salvare — redden, genezen — een verwijzing naar de medicinale reputatie die het hele geslacht eeuwenlang had. De soortnaam nemorosa betekent 'van het bos' of 'van het kreupelhout', al groeit de plant in werkelijkheid liever op zonnige, open plekken dan onder een dicht bladerdak. Vanaf de negentiende eeuw verspreidde Bossalie zich via de Europese tuinkunst naar het westen; tuiniers waardeerden de paarsblauwe bloemaren en de extreme winterhardheid. In Nederland is de soort tegenwoordig vooral bekend als vaste tuinplant en als vast onderdeel van prairie-achtige beplantingen in parken en op rotondes.
Bossalie bloeit in West-Europa van eind mei tot in juli, met een duidelijke piek tussen DOY 150 en 175 — grofweg de eerste drie weken van juni. Wie de uitgebloeide aren tijdig terugknipt, krijgt vaak een tweede, kleinere bloei in augustus of begin september. De individuele bloempjes openen van onder naar boven langs de aar, waardoor één plant zo'n drie tot vier weken in volle kleur staat. Warme voorjaren kunnen de bloei een week tot tien dagen vervroegen; in koele jaren schuift de piek door tot eind juni.
Bossalie groeit als opgaande pol van 40 tot 70 cm hoog, met rechtopstaande, vierkante stengels — typisch voor de lipbloemenfamilie. De bloemen staan in dichte, smalle aren en zijn klein (ongeveer 1 cm), tweelippig, meestal violetblauw tot diep paars, soms roze of wit bij cultivars. Opvallend zijn de gekleurde schutblaadjes onder de bloemen, die ook na de bloei nog wekenlang kleur geven. Het blad is langwerpig, grijsgroen, gerimpeld van textuur en zit vooral onderin de plant; bovenaan domineren de bloemstengels. Wrijven aan het blad geeft een lichte, kruidige geur — minder sterk dan keukensalie, maar onmiskenbaar verwant. De hele plant maakt een stevige, droogtebestendige indruk.
Voor foto's werkt Bossalie het beste in de vroege ochtend of het laatste uur voor zonsondergang, wanneer het strijklicht de paarse aren laat oplichten tegen een donkere achtergrond. Midden op de dag verdwijnt veel van de kleurdiepte in de felle zon. Zoek plekken met grotere groepen bij elkaar — een enkele plant valt weg, maar een border of vak vol Bossalie geeft een paarse waas die van veraf werkt. Bijen, hommels en zweefvliegen zijn rond de bloei constant aanwezig, dus wie macro wil fotograferen heeft genoeg geduldige modellen.
Salvia nemorosa werd in 1762 wetenschappelijk beschreven door Carl Linnaeus, in een aanvulling op zijn Species Plantarum. De soort speelde lang een bescheiden rol in de tuinkunst, tot de Duitse kweker Karl Foerster en later de Nederlandse tuinontwerper Piet Oudolf de plant herontdekten als ruggengraat van de naturalistische staudenstijl. Vooral de cultivar 'Caradonna', met bijna zwarte stengels, werd vanaf de jaren negentig een vast gezicht in publieke beplantingen door heel Europa. De medicinale toepassingen die Salvia officinalis groot maakten, gelden voor Bossalie nauwelijks — deze soort is vooral een siersoort gebleven, geliefd om kleur en bijenwaarde.
Nog maar 1 waarneming van Bossalie dit jaar. Deel er één en de pagina komt tot leven.
Voeg je waarneming toe →