Rhododendron kaempferi is een Japanse soort, inheems op de eilanden Honshu, Kyushu en Shikoku, waar hij groeit op vulkanische hellingen en in lichte bossen. De geslachtsnaam Rhododendron komt uit het Grieks: rhodon (roos) en dendron (boom) — letterlijk dus 'rozenboom'. De soortnaam kaempferi verwijst naar Engelbert Kaempfer, de Duitse arts en botanicus die eind zeventiende eeuw in dienst van de Vereenigde Oostindische Compagnie twee jaar in Japan verbleef en daar honderden planten beschreef. De plant kwam pas eind negentiende eeuw in West-Europese tuinen terecht, vooral via Britse en Nederlandse kwekers die de soort gebruikten als kruisingsouder voor talloze azaleacultivars. In Breda zie je hem vooral in oudere parkaanleg en op begraafplaatsen, waar de zure bosgrond hem goed bevalt.
Rhododendron kaempferi bloeit later dan de meeste tuinazalea's: meestal vanaf half mei tot in de eerste helft van juni (DOY 130–165). De piek ligt rond eind mei, met een bloeiduur van twee tot drie weken bij koel weer. Bij een warm voorjaar kan de bloei al eind april op gang komen, maar dan is hij ook sneller voorbij. Een halve dag stevige zon halverwege de bloei is genoeg om de eerste bloemen te laten verkleuren — wachten tot juni heeft dus weinig zin.
De bloemen zijn trechtervormig, ongeveer 4 tot 5 cm in doorsnee, en variëren van zalmroze tot vurig oranjerood — vandaar de Engelse naam torch azalea. Ze staan in losse trossen van twee tot vier bloemen aan het uiteinde van de takken. Het blad is klein, ovaal, 2 tot 5 cm lang, met fijne haartjes op het oppervlak die bij tegenlicht zilverig oplichten. Anders dan veel grootbladige rhododendrons is deze soort halfwintergroen: een deel van het blad valt in de herfst, de rest blijft tot in het voorjaar. De struik wordt meestal 1 tot 2 meter hoog, soms tot 3 meter, en heeft een open, ijle vertakking — geen dichte bol zoals de Japanse azalea (R. obtusum). Geur is er nauwelijks.
De beste fototijd is een bewolkte ochtend rond eind mei: de oranjerode bloemen zijn zo verzadigd dat ze in fel zonlicht snel uitbijten op de sensor. Vroeg in de bloei zijn de kleuren het diepst — na een paar warme dagen verbleken ze richting roze. Zoek naar exemplaren in halfschaduw onder oudere bomen; daar houdt de bloei het langst stand. Een polarisatiefilter helpt om de glans van het jonge blad te temperen.
Engelbert Kaempfer (1651–1716) was een van de eerste Europeanen die het Japanse plantenrijk systematisch documenteerde. Tijdens zijn verblijf op Dejima, het kunstmatige eilandje in de baai van Nagasaki waar de VOC handel mocht drijven, verzamelde hij tekeningen en zaden die later de basis vormden voor zijn Amoenitatum Exoticarum (1712). De soort werd echter pas formeel beschreven in 1908 door de Duitse botanicus Ferdinand Albin Pax. De cultivar 'Orange King' kreeg later de Award of Garden Merit van de Britse Royal Horticultural Society — een onderscheiding die in Engelse kweekkringen nog altijd als kwaliteitsstempel geldt.
Nog maar 1 waarneming van Rhododendron kaempferi dit jaar. Deel er één en de pagina komt tot leven.
Voeg je waarneming toe →