Ranunculus polyanthemos — in het Nederlands bosboterbloem of kalkboterbloem genoemd — hoort bij de ranonkelfamilie (Ranunculaceae). De geslachtsnaam Ranunculus is Latijn voor 'kikkertje', een verkleinwoord van rana, omdat veel soorten in dit geslacht groeien op vochtige plekken waar ook kikkers zitten. De soortaanduiding polyanthemos komt uit het Grieks en betekent 'veelbloemig', een verwijzing naar de vertakte stengel die meerdere bloemen tegelijk draagt. De plant heeft een groot Euraziatisch verspreidingsgebied: van Midden- en Oost-Europa tot in Siberië, met voorkeur voor lichte loofbossen, bosranden en kalkrijke graslanden. In Nederland is de soort zeldzaam en gebonden aan kalkhoudende bodem — vandaar de naam kalkboterbloem. De Nederlandse naam bosboterbloem verwijst naar de typische standplaats: half-beschaduwde bosranden en open loofbos.
De bosboterbloem bloeit in West-Europa van mei tot juli, met een duidelijke piek in de tweede helft van mei en de eerste helft van juni (ongeveer DOY 130–170). In koelere voorjaren schuift de bloei iets door naar juni; in warme jaren staan de eerste bloemen al eind april open. De individuele bloem houdt het maar een paar dagen vol, maar omdat de plant veelbloemig is — de soortnaam zegt het al — strekt de bloeiperiode zich per exemplaar uit over enkele weken. In bossen en bosranden valt de bloei samen met het moment waarop het bladerdek zich sluit, dus het lichtraam waarin je de plant goed ziet bloeien is relatief kort.
De bloemen zijn klassiek boterbloemgeel, glanzend alsof ze gelakt zijn, en meten 1,5 tot 2,5 cm in doorsnede. Vijf kroonbladen, talrijke meeldraden in het hart — het standaard ranonkel-recept. De plant wordt 30 tot 60 cm hoog en draagt op één stengel meerdere bloemen op lange, vertakte stelen. Het blad is diep handvormig ingesneden, met smalle, spitse slippen — duidelijk smaller en scherper getand dan bij de gewone scherpe boterbloem (Ranunculus acris). De stengel is rechtopstaand en aanliggend behaard. Geur is nauwelijks aanwezig. Belangrijk herkenningspunt: de kelkbladen liggen tegen de kroonbladen aan en buigen niet terug, een verschil met sommige verwante soorten.
Voor wie de bosboterbloem wil zien is eind mei tot half juni het beste moment, bij voorkeur op een zonnige ochtend — de bloemen openen zich pas goed bij voldoende licht en sluiten bij regen. Zoek op kalkrijke, half-beschaduwde plekken: bosranden, lichte loofbossen, hellingen. Voor fotografie werkt zacht ochtendlicht het beste; de glans op de kroonbladen kan in fel middaglicht overbelicht raken. Een lage hoek, dicht bij de bloem, laat zien hoeveel bloemen er per stengel staan. Let op: alle delen van de plant zijn licht giftig, niet plukken of fijnwrijven met blote handen.
Ranunculus polyanthemos werd in 1753 wetenschappelijk beschreven door Carl Linnaeus in zijn Species Plantarum, het werk waarmee de moderne botanische naamgeving begint. Binnen de soort zijn meerdere ondersoorten erkend, waaronder subsp. polyanthemoides, die in Nederlandse flora's vaak apart genoemd wordt. Boterbloemen hebben een lange culturele rol: het kinderspel waarbij je een bloem onder de kin houdt om te zien of iemand 'van boter houdt' werkt door de glanzende epidermis van de kroonbladen, die geel licht reflecteert — een effect dat in 2011 door Cambridge-onderzoekers fysisch verklaard is via een dunne luchtlaag onder de bovenste cellaag. De bosboterbloem deelt dit optische trucje met zijn verwanten.
Nog maar 1 waarneming van Bosboterbloem en kalkboterbloem dit jaar. Deel er één en de pagina komt tot leven.
Voeg je waarneming toe →