Pinus muricata — in het Nederlands meestal Bishopden of bisschopsden — is een Noord-Amerikaanse den met een opvallend kleine natuurlijke verspreiding. De soort komt van nature voor in een smalle strook langs de kust van Californië, op enkele Channel Islands voor de Californische kust en in een paar geïsoleerde populaties in Baja California (Mexico). De boom groeit altijd op of vlakbij de kust en is daarmee een echte zeebries-soort. Een bekende vindplaats is Point Reyes National Seashore ten noorden van San Francisco, waar de stands consequent aan de westzijde van de San Andreas-breuk staan. In West-Europa kwam Pinus muricata vooral via botanische tuinen en arboreta binnen, als één van de Californische dennen die negentiende-eeuwse plantenjagers meebrachten naar Britse en continentale collecties. In Nederland is de soort zeldzaam en vrijwel uitsluitend te vinden in arboreta en oudere parkaanplantingen.
Dennen bloeien onopvallend: er zijn geen kleurige bloembladen, maar mannelijke en vrouwelijke kegeltjes. Bij Pinus muricata valt de stuifmeelafgifte in West-Europa doorgaans in het late voorjaar, ergens tussen eind april en begin juni (DOY 115–155). De piek duurt meestal één tot twee weken, afhankelijk van temperatuur en wind. De jonge vrouwelijke kegeltjes zijn dan paarsrood en klein — de moeite waard om te zoeken, maar je moet er bewust naar kijken. Pas in de jaren erna groeien ze uit tot de stevige, scheef-eivormige kegels waar de soort om bekendstaat.
Bishopden is een middelgrote tot grote den, in cultuur in Europa meestal 15–25 meter, in zijn natuurlijke kustomgeving soms wat lager en sterk windgeschoren. De naalden staan in paren (twee per bundel), zijn 8–16 cm lang, stijf en donkergroen — vandaar de hex #38571a die goed bij het bladbeeld past. Het meest karakteristieke kenmerk zijn de kegels: scheef-eivormig, 5–9 cm lang, hard, vaak in clusters rond de takken, en ze blijven jarenlang gesloten op de boom zitten. Pas bij hitte (van bosbrand of intense zon) springen ze open — een serotine eigenschap die de soort deelt met andere kustdennen uit Californië. De bast is grof, donker en diep gegroefd bij oudere exemplaren. De kroon is bij vrijstaande bomen breed en onregelmatig, vaak met zware horizontale takken.
Wil je een Bishopden van dichtbij zien, dan is een arboretum of botanische tuin je beste kans — de soort hoort niet thuis in standaard Nederlandse parkaanplant. Voor fotografie is de boom het hele jaar door interessant: de kegels op de takken vormen een sterk grafisch motief, vooral in tegenlicht aan het eind van de middag. Voor de stuifmeelafgifte in mei is een windstille warme dag het mooiste moment — bij elke takbeweging dwarrelt dan een wolkje geel stuifmeel. Een macrolens helpt bij de jonge paarsrode vrouwelijke kegeltjes.
De naam bishop pine verwijst naar de oorspronkelijke Californische vindplaats nabij San Luis Obispo — een stad genoemd naar de Heilige Bisschop Lodewijk van Toulouse — waar de soort in de negentiende eeuw werd verzameld door botanici die de Californische flora voor Europa in kaart brachten. De wetenschappelijke naam muricata betekent ‘met scherpe puntjes bezet’ en slaat op de stevige, naar buiten gerichte schubben van de kegels. De soort is een schoolvoorbeeld van een vuur-afhankelijke conifeer: hele bossen kunnen tegelijk verjongen na een brand, omdat de kegels jarenlang zaad bewaren tot de hitte ze opent. In zijn natuurlijke verspreidingsgebied staat Pinus muricata onder druk door habitatverlies en ziektes, en de soort wordt internationaal als kwetsbaar beschouwd.
Nog maar 1 waarneming van Bishopden dit jaar. Deel er één en de pagina komt tot leven.
Voeg je waarneming toe →