De glansmispel (Photinia serrulata, tegenwoordig vaak Photinia serratifolia genoemd) is een groenblijvende boom of grote heester uit de rozenfamilie. Hij komt oorspronkelijk uit gemengde bossen van China, Taiwan, Japan, de Filipijnen, Indonesië en India. De geslachtsnaam Photinia komt van het Griekse photeinos — glanzend, schitterend — een verwijzing naar het opvallend glimmende blad. In West-Europese tuinen is de soort sinds de negentiende eeuw te vinden, eerst als sierheester in botanische verzamelingen, later als gangbare aanplant in parken en lanen. In Breda zie je de glansmispel vooral als gesnoeide solitair of als haag, waar het rode jonge blad in het voorjaar de show steelt.
De glansmispel bloeit in West-Europa tussen eind april en begin juni, met een piek rond half mei (DOY 125–145). De bloei valt grofweg samen met die van de meidoorn, waar de soort familie van is. De individuele bloemetjes zijn klein, maar staan in dichte, brede pluimen die enkele weken aanhouden. In een warm voorjaar kan de bloei twee weken vervroegen; in een koud, nat voorjaar schuift het hele venster richting eind mei.
Herken de glansmispel aan het leerachtige, langwerpige blad — 10 tot 20 cm lang, fijn gezaagde rand (vandaar serrulata, 'fijngezaagd'), donkergroen en sterk glanzend aan de bovenkant. Jonge scheuten en uitlopend blad zijn opvallend bronsrood tot koperkleurig, een kenmerk dat de soort deelt met de bekendere cultivar 'Red Robin'. De bloemen zijn roomwit, klein (circa 7–8 mm), met vijf kroonblaadjes en een wat zoetige, voor sommigen onaangename geur — vergelijkbaar met meidoorn. Ze staan in brede, vlakke tot bolronde tuilen van 10–15 cm doorsnee. Na de bloei volgen kleine rode bessen die tot in de winter blijven hangen. De groeivorm is opgaand, vaak meerstammig, en kan onbesnoeid uitgroeien tot 6–10 meter.
Voor foto's is het uitlopende rode blad in maart en april minstens zo interessant als de bloei zelf — het contrast tussen donkergroen oud blad en vuurrood jong blad is op zacht ochtendlicht het sterkst. Tijdens de bloei in mei werkt bewolkt licht het beste: de witte pluimen branden snel uit in fel zonlicht. De geur is intens; wie daar gevoelig voor is, kan beter op een paar meter afstand fotograferen. Glansmispels staan in Breda vaak in parkranden en bij bedrijventerreinen als hoge haag — kijk naar opgaande, gesnoeide exemplaren met dat typische glanzende blad.
Photinia serratifolia werd in 1804 wetenschappelijk beschreven door de Engelse botanicus John Lindley, op basis van planten die vanuit China naar Britse tuinen waren gekomen. De soort speelde een sleutelrol in de twintigste eeuw als ouder van de hybride Photinia × fraseri, een kruising met Photinia glabra die rond 1940 ontstond in de kwekerij Fraser Nurseries in Birmingham, Alabama. Uit die hybride kwam later de cultivar 'Red Robin', inmiddels een van de meest geplante sierheesters van Europa. De oorspronkelijke serratifolia is in tuinen zeldzamer geworden, maar in oudere parkaanplant duikt hij nog regelmatig op — herkenbaar aan zijn forsere maat en langere blad dan zijn populaire nazaat.
Nog maar 2 waarnemingen van Glansmispel dit jaar. Deel er één en de pagina komt tot leven.
Voeg je waarneming toe →