Papaver pseudoorientale is een vaste klaproos uit de Kaukasus en het noorden van Turkije, waar de soort op rotsachtige berghellingen groeit. De geslachtsnaam Papaver is Latijn voor papaver of slaapbol — een verwijzing naar de melksappen waar het geslacht om bekend staat. De soortnaam pseudoorientale ("valse oriëntale") wijst op de verwarring met Papaver orientale: lange tijd werden de twee door elkaar gebruikt, ook in tuinen. In West-Europa kwam de plant in de loop van de negentiende eeuw als sierplant binnen, via botanische tuinen en kwekers, en raakte hier ingeburgerd in border en verwilderde tuinhoek. In Breda zie je de soort vooral in oudere stadstuinen en op enkele plekken in het Valkenberg, waar het rood in juni opvalt tussen het groen.
Papaver pseudoorientale bloeit in West-Europa van eind mei tot begin juli, met een piek rond 5 tot 20 juni (DOY 156–171). De bloei is kort maar intens: een individuele bloem houdt het slechts twee tot drie dagen vol, maar één plant produceert achter elkaar meerdere knoppen. Na de bloei sterft het blad terug en trekt de plant zich terug onder de grond — vanaf augustus is er bovengronds vrijwel niets meer te zien. Wie de bloei wil meepakken, heeft dus een venster van ongeveer drie weken.
De bloemen zijn groot, 10 tot 15 cm in doorsnede, met vier tot zes papierdunne bloembladen in een diep oranjerood — vaak met een zwarte vlek aan de basis. De knop hangt eerst naar beneden en richt zich pas op vlak voor het openen; de twee groene kelkbladen vallen dan af. Het blad is grof behaard, grijsgroen, diep ingesneden en gevederd, en vormt een ruwe pol van 60 tot 90 cm hoog. De stengels zijn stug, recht en bezet met dezelfde stugge haren als het blad. Geur is er nauwelijks. Na de bloei blijft een typische peperbus-vrucht over: een ronde zaaddoos met een platte deksel en kleine openingen, waaruit het zaad bij wind wordt geschud.
De beste tijd voor een bezoek is een droge ochtend in de tweede helft van juni, vóór 10 uur. Dan zijn de bloembladen nog niet door wind of regen gehavend en valt het ochtendlicht zacht op het rood. Bewolkt licht werkt voor foto's vaak beter dan vol middagzon — het rood gaat in fel licht snel uitbijten op de sensor. Tegen de avond verliezen de oudste bloemen al hun bloembladen. Wie wil fotograferen: ga laag zitten, dan vang je de zwarte hartvlek tegen het licht.
De soort werd pas in 1989 formeel beschreven door de Iers-Russische botanicus Mark Fløjgaard Tebbitt en collega's, die aantoonden dat de meeste in tuinen gekweekte "oosterse klaprozen" eigenlijk geen Papaver orientale waren, maar deze tetraploïde verwant. Daarvoor stond bijna alles wat in Europese borders bloeide onder de naam P. orientale. Veel klassieke cultivars — waaronder de befaamde 'Beauty of Livermere' en de zalmroze 'Mrs. Perry', geselecteerd door de Engelse kweker Amos Perry rond 1906 — bleken na nieuw onderzoek tot pseudoorientale te behoren. De soort is daarmee een schoolvoorbeeld van hoe lang een tuinplant kan rondlopen onder de verkeerde naam.
Nog maar 1 waarneming van Klaproos dit jaar. Deel er één en de pagina komt tot leven.
Voeg je waarneming toe →