De echte koekoeksbloem (Lychnis flos-cuculi) is een vaste plant uit de anjerfamilie, inheems in grote delen van Europa en Siberië. De geslachtsnaam Lychnis komt van het Griekse 'lychnos', dat lamp of fakkel betekent — een verwijzing naar de vlamroze kleur van de bloemen die in vochtige weiden tussen het gras opgloeien. De soortaanduiding flos-cuculi betekent letterlijk 'koekoeksbloem': de plant bloeit precies in de periode dat de koekoek roept. In Nederland en België is de soort vrij algemeen, vooral in natte hooilanden, langs sloten en in beekdalen. In Breda kun je de plant vinden in de uiterwaarden langs de Mark en in vochtige hoekjes van het Markdal.
De echte koekoeksbloem bloeit van mei tot juli, met een piek tussen halverwege mei en eind juni — grofweg DOY 135 tot 175. In een gemiddeld voorjaar staan de eerste bloemen open rond 10 mei, in een koud jaar kan dat twee weken later zijn. De bloei houdt vier tot zes weken aan, afhankelijk van vocht en temperatuur. Na de hoofdbloei volgt vaak een tweede, kleinere golf in juli wanneer afgemaaide planten opnieuw uitlopen. Vochtige standplaatsen verlengen de bloei merkbaar.
De bloemen zijn klein (3–4 cm) maar onmiskenbaar door de vijf diep ingesneden, gerafelde kroonbladen — elk blad is zo diep ingesneden dat de bloem 'gescheurd' lijkt, vandaar de Engelse naam ragged-robin. De kleur is een helder roze, soms bijna paarsroze, zelden wit. De stengel wordt 30 tot 90 cm hoog, is rechtopstaand, vertakt bovenin, en voelt op de bovenste delen kleverig aan — insecten blijven er soms aan plakken. De bladeren zijn lancetvormig, tegenoverstaand, smal en grasachtig, met een donkergroene kleur. De plant heeft geen opvallende geur. Groeivorm: pollen die zich langzaam uitbreiden door zaad en korte uitlopers.
Het beste moment voor een bezoek is een ochtend eind mei of begin juni, vóór de eerste maaibeurt van de hooilanden. Zacht ochtendlicht is ideaal voor foto's: de gerafelde kroonbladen vangen het tegenlicht en de roze kleur komt zonder felle middagzon het zuiverst over. Zoek vochtige, niet-bemeste graslanden — droge bermen leveren niets op. Een macrolens of een gewone telefoon op korte afstand werkt prima; let op dat je laag gaat zitten, want vanaf ooghoogte verdwijnt de plant in het gras.
De plant werd in 1753 door Linnaeus beschreven in Species Plantarum onder de naam Lychnis flos-cuculi. Recente moleculaire studies plaatsten de soort in het geslacht Silene, maar veel Europese flora's houden de oude naam Lychnis aan. De plant bevat saponine, een zeepachtige stof die in water schuimt — vroeger werden de wortels en bladeren wel gebruikt als vervanger voor zeep, vergelijkbaar met zeepkruid. De koppeling met de koekoek is oud: in middeleeuwse kruidenboeken werd de bloeitijd al gebruikt als natuurkalender voor het luisteren naar de eerste koekoeksroep. In Nederland is de soort sinds de jaren zestig sterk achteruitgegaan door ontwatering en bemesting van weilanden.
Nog maar 1 waarneming van Echte koekoeksbloem dit jaar. Deel er één en de pagina komt tot leven.
Voeg je waarneming toe →