De Kolkwitzia amabilis komt oorspronkelijk uit centraal China, waar de struik in de bergen van Hubei en omliggende provincies groeit. Het geslacht Kolkwitzia is vernoemd naar Richard Kolkwitz, een Duitse botanicus uit Berlijn die rond 1900 actief was. De soortnaam amabilis betekent 'beminnelijk' of 'lieflijk' in het Latijn — een directe verwijzing naar de overdadige bloei. De struik werd aan het begin van de twintigste eeuw door de Britse plantenjager Ernest Wilson naar Europa gebracht; hij verzamelde zaden tijdens zijn expedities voor de kwekerij Veitch & Sons. Kolkwitzia is het enige soort binnen zijn geslacht, wat de plant botanisch gezien een bijzondere status geeft.
De koninginnenstruik bloeit laat in het voorjaar, doorgaans van half mei tot half juni. De piek ligt meestal tussen 20 mei en 5 juni, met een bloeiduur van twee tot drie weken bij gunstig weer. Warme dagen versnellen het proces; koele nachten rekken het juist op. In Breda valt de bloei vaak samen met die van laatbloeiende sering en vroege jasmijn, wat tuinen en parken in die periode een extra dichte bloemlaag geeft. Na de bloei vormen zich kleine, harige vruchtjes die soms tot in de winter aan de takken blijven hangen.
Kolkwitzia amabilis is een bladverliezende struik die meestal tussen de twee en drie meter hoog wordt, met sierlijk overhangende takken die vanuit de basis breed uitwaaieren. De bloemen verschijnen in dichte trossen langs de hele takken: klokvormig, ongeveer 1,5 cm lang, lichtroze met een gelige keel die fijn geaderd is. De bladeren staan tegenoverstaand, zijn eivormig, ongeveer 3 tot 8 cm lang, en hebben een doffe groene bovenkant. De schors van oudere takken bladdert in dunne stroken af — een bruikbaar herkenningspunt buiten de bloeitijd. Geur is mild, niet opvallend; de aantrekkingskracht zit volledig in het visuele effect. Tijdens de piek lijkt de struik soms eerder een roze wolk dan een houtige plant.
Voor foto's is de tweede helft van mei het beste moment, vooral op een dag na lichte regen wanneer de roze tinten verzadigder ogen. Vroege ochtend werkt het mooist: zacht licht haalt de gele keel naar voren zonder de bleekroze bloemblaadjes uit te bleken. Ga dicht op de takken staan — Kolkwitzia is een struik die op afstand wegzakt in zijn omgeving, maar van dichtbij overweldigend is door de pure dichtheid van bloemen. Halfschaduw geeft langere bloei; in volle zon is het spektakel intenser maar korter.
Het geslacht Kolkwitzia werd in 1901 wetenschappelijk beschreven door de Duitse botanicus Heinrich Gustav Adolf Engler's leerling Hermann Graebner, die het opdroeg aan zijn collega Richard Kolkwitz. De plant zelf bleef in westerse tuinen vrijwel onbekend tot Ernest Wilson hem in 1901 verzamelde tijdens een van zijn beroemde China-expedities. Pas decennia later, in de jaren dertig, werd de struik populair in Engelse en Amerikaanse tuinen — onder meer door promotie van de Arnold Arboretum in Boston. De Engelse naam beauty bush dateert uit die periode. In China zelf, waar de plant wèi shí shu heet, groeit hij nog wild op kalkrijke berghellingen tussen 350 en 1500 meter hoogte.
Nog maar 1 waarneming van Koninginnenstruik dit jaar. Deel er één en de pagina komt tot leven.
Voeg je waarneming toe →