De damastbloem (Hesperis matronalis) komt oorspronkelijk uit Midden- en Zuid-Europa en delen van West- en Midden-Azië. De geslachtsnaam Hesperis komt van het Griekse 'hesperos' — avond — en verwijst naar de geur die pas tegen schemering goed loskomt. De soortnaam matronalis verwijst naar de Romeinse Matronalia, een feest op 1 maart waar getrouwde vrouwen bloemen kregen. Vanuit Zuid-Europese tuinen verspreidde de plant zich noordwaarts als sierplant en raakte in Nederland en België verwilderd langs bosranden, dijken en wegbermen. De damastbloem hoort bij de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae) — dezelfde familie als koolzaad en judaspenning.
De damastbloem bloeit in West-Europa van eind april tot in juli, met een duidelijke piek in mei en de eerste helft van juni — globaal dag 130 tot 170. In een koud voorjaar schuift de bloei een week of twee op. De individuele bloemtros blijft drie tot vier weken aantrekkelijk; een standplaats kan langer doorbloeien doordat zijscheuten later opengaan. Tegen het einde van juli zijn de meeste planten uitgebloeid en zetten ze hun lange, dunne hauwen — typisch voor de kruisbloemenfamilie.
De bloemen zijn klein (1,5–2 cm), viertallig en kruisvormig, in losse trossen aan rechtopstaande stengels van 60 tot 120 cm. De kleur varieert van helderpaars en lila tot wit, soms gemengd in dezelfde populatie. Bladeren zijn lancetvormig, fijn behaard, met een gezaagde rand en zittend of kortgesteeld aan de stengel. Het sterkste herkenningspunt is de geur: overdag nauwelijks merkbaar, maar tegen de avond en in de schemering zoet en kruidig — vandaar de Engelse naam 'night-scented gilliflower'. Verwarring met judaspenning (Lunaria) ligt voor de hand bij de eerste bloei, maar de damastbloem heeft smallere bladeren en geen ronde, platte zaaddozen.
De beste tijd voor een bezoek is half mei tot begin juni, bij voorkeur in de vroege avond als de geur loskomt. In Breda is de plant te vinden in halfschaduw langs bosranden en op vochtige bermen — denk aan plekken langs de Mark en in de overgangszones van stadsparken naar groen. Voor foto's werkt zacht avondlicht beter dan harde middagzon: de paarse tinten worden in fel licht snel uitgewassen. Een lage hoek met de bloemtros tegen donker bladgroen geeft het meeste contrast.
De damastbloem werd al in de zestiende eeuw in Europese kruidentuinen gekweekt en stond bekend als 'damastbloem' naar de zachte glans van de bloemblaadjes — een verwijzing naar damastweefsel uit Damascus. Linnaeus beschreef de soort formeel in zijn Species Plantarum van 1753 onder de huidige naam Hesperis matronalis. In Noord-Amerika is de plant via tuinontsnappingen invasief geworden en in verschillende staten op zwarte lijsten gezet; in Europa hoort hij thuis en geldt hij eerder als nostalgisch relict van oude boerentuinen. De vele Engelse volksnamen — 'dame's rocket', 'mother-of-the-evening', 'sweet rocket' — laten zien hoe lang de soort al meegaat in de cultuurgeschiedenis van de tuin.
Nog maar 2 waarnemingen van Damastbloem dit jaar. Deel er één en de pagina komt tot leven.
Voeg je waarneming toe →