De kievitsbloem is een bolgewas uit de leliefamilie, van oorsprong inheems in de overstromingsvlaktes van Europese rivieren. De geslachtsnaam Fritillaria komt van het Latijnse fritillus, dobbelbeker — een verwijzing naar het geblokte patroon op de bloembladen dat aan een schaakbord doet denken. In Nederland is de soort vooral bekend van vochtige uiterwaarden langs rivieren, waar zaden drijvend op het water nieuwe plekken bereiken. De Nederlandse naam komt van de gelijkenis met het verenkleed van de kievit. In West-Europa is de plant zeldzamer geworden door ontwatering en intensivering van hooilanden.
De kievitsbloem bloeit in Nederland doorgaans van begin april tot begin mei, ruwweg dag 95 tot 125 van het jaar. De piek ligt meestal tussen 10 en 25 april en duurt zo'n twee weken. In een warm voorjaar kan de bloei al eind maart beginnen, in een koud voorjaar pas halverwege april. Na de bloei sterft de bovengrondse plant binnen enkele weken af — wie het bloemveld wil zien heeft dus een smal venster.
De bloem hangt knikkend aan een dunne stengel van 20 tot 40 cm hoog, één enkele klokvormige bloem per stengel (soms twee). De karakteristieke tekening is een paarsroze geblokt patroon op de zes bloembladen, met afwisselend lichtere en donkerdere vakjes. Daarnaast komt een egaal crèmewitte vorm voor, zonder tekening maar met dezelfde vorm. De bladen zijn smal, grasachtig, grijsgroen, en staan verspreid langs de stengel. De plant heeft geen opvallende geur. In een hooiland staat hij vaak in losse groepen, niet in dichte matten.
Beste moment is half april, op een bewolkte dag of vroeg in de ochtend — direct zonlicht maakt de paarse tinten plat, terwijl diffuus licht het schaakbordpatroon juist laat oplichten. Ga laag bij de grond zitten of liggen om de hangende bloem op ooghoogte te fotograferen. Een macro-lens of dichte focus helpt het patroon scherp te krijgen. Blijf op paden: de plant is kwetsbaar en verdwijnt snel bij betreding.
De soort werd door Linnaeus beschreven in 1753, met de soortnaam meleagris die teruggrijpt op de parelhoen — een vogel met eenzelfde gespikkeld patroon. In de Engelse traditie kreeg de plant talloze namen: snake's head, leper lily, Lazarus bell. Lange tijd was er discussie of de kievitsbloem in Nederland inheems is of verwilderd uit oude tuinen; tegenwoordig wordt aangenomen dat de populaties in de uiterwaarden tot de oorspronkelijke flora horen. De plant staat op de Nederlandse Rode Lijst als kwetsbaar.
Nog maar 1 waarneming van Kievitsbloem dit jaar. Deel er één en de pagina komt tot leven.
Voeg je waarneming toe →