Groot streepzaad (Crepis biennis) is een tweejarige composiet, inheems in Europa en Klein-Azië. De geslachtsnaam Crepis komt uit het Grieks (krēpís, 'sandaal' of 'voet'), een naam die Linnaeus uit oudere botanische werken overnam zonder dat de precieze beeldspraak nog te achterhalen is. De soortnaam biennis verwijst naar de tweejarige levenscyclus: het eerste jaar vormt de plant een bladrozet, het tweede jaar schiet ze door en bloeit ze. In Nederland is het een algemene verschijning in bermen, hooilanden en op dijken — geen geïntroduceerde exoot dus, maar een vaste waarde in onze inheemse flora. Buiten Europa is de soort plaatselijk verwilderd in het noordoosten van de Verenigde Staten en op Newfoundland.
De hoofdbloei valt in juni en juli, met een uitloop tot in augustus — globaal DOY 150 tot 220. De piek ligt meestal in de tweede helft van juni, wanneer hooilanden en wegbermen geel oplichten van de bloemkorfjes. Per plant bloeien de korfjes niet tegelijk; er staan steeds een paar open terwijl andere nog in knop zitten of al pluis vormen. Die gespreide bloei rekt het seizoen op en maakt de soort wekenlang opvallend aanwezig. Na een warme zomer kunnen losse exemplaren nog tot in september bloeien.
De bloemkorfjes zijn helder geel, ongeveer 2 tot 3 cm in doorsnede, en bestaan volledig uit lintbloemen — vergelijkbaar met paardenbloem, maar kleiner en in een open, vertakt scherm gerangschikt. De plant wordt 30 tot 120 cm hoog en heeft een stevige, gegroefde, vaak iets behaarde stengel die hoog vertakt. De bladeren zijn langwerpig en veerspletig, met naar achteren gerichte slippen; de onderste vormen een rozet, de bovenste omvatten de stengel met oortjes. Het omwindsel onder het korfje is dichtbehaard en grijsgroen. Na de bloei verschijnt witgrijs zaadpluis met een eenvoudige haarkrans. De plant is geurloos en bevat melksap.
Voor foto's werkt zacht ochtendlicht het best — de lintbloemen sluiten zich bij regen en op bewolkte middagen deels. Zoek de soort op zonnige plekken: hooilanden, spoorbermen, dijktaluds en niet te intensief gemaaide wegranden. Een lichte tegenlichtopname laat het pluis na de bloei mooi oplichten. Loop de plant rustig rondom; de open bloeiwijze betekent dat één hoek vrijwel altijd een verse bloem en een rijp pluisbol tegelijk laat zien.
Crepis biennis werd door Linnaeus beschreven in Species Plantarum (1753) en behoort tot een geslacht met ruim tweehonderd soorten op het noordelijk halfrond. De Engelse naam rough hawksbeard verwijst naar de ruwe beharing van stengel en omwindsel; 'hawksbeard' (haviksbaard) is een oude verzamelnaam voor gele composieten waarvan men dacht dat roofvogels het sap gebruikten om hun gezichtsvermogen te scherpen — een middeleeuws kruidenboeken-verhaal zonder feitelijke basis. In de moderne flora geldt Groot streepzaad als indicator van matig voedselrijke, niet te zwaar bemeste graslanden.
Nog maar 1 waarneming van Groot Streepzaad dit jaar. Deel er één en de pagina komt tot leven.
Voeg je waarneming toe →