Clematis viticella komt oorspronkelijk uit Zuid-Europa en West-Azië — een verspreidingsgebied dat loopt van het Italiaanse schiereiland tot Iran. De geslachtsnaam Clematis komt van het Griekse 'klēma', wat 'rank' of 'wijnloot' betekent — een directe verwijzing naar de klimmende, houtige stengels. De soortnaam viticella is een verkleinvorm van het Latijnse 'vitis' (wijnstok), dus letterlijk 'kleine wijnstok'. In de 19de eeuw raakte de plant in Nederland ingeburgerd, al staat hij hier inmiddels op de Rode lijst als zeer zeldzaam. In tuinen daarentegen is hij wijdverbreid: er bestaan tientallen cultivars in alle tinten paars, violet, rood en wit.
De Italiaanse clematis bloeit laat — pas vanaf eind juni komen de eerste bloemen open, en de piek ligt tussen half juli en eind augustus. In een goede zomer loopt de bloei door tot in september. Dat maakt deze clematis interessant: hij neemt het stokje over van de voorjaarsbloeiende soorten zoals Clematis montana en bloeit door wanneer veel andere klimmers al uitgebloeid zijn. Een lange, gespreide bloei dus, met steeds nieuwe knoppen die opengaan terwijl oudere bloemen al zaadpluis vormen.
De bloemen zijn relatief klein voor een clematis — meestal 4 tot 6 cm — en knikkend, wat ze een bescheiden, hangende uitstraling geeft. Vier (soms zes) kelkbladen vormen een open klok, vaak in diep violet of paarsrood, bij cultivars ook wit of donkerrood. Echte kroonbladen ontbreken: wat op bloembladen lijkt zijn verkleurde kelkbladen. Het blad is geveerd, samengesteld uit meerdere kleine deelblaadjes, en helder groen. De plant klimt met gedraaide bladstelen — geen hechtwortels of ranken, maar bladeren die zich om steunpunten heen wikkelen. Volwassen exemplaren halen 3 tot 4 meter. Geur is afwezig of zeer flauw.
Voor foto's werkt zacht zijlicht het best — de knikkende bloemen vangen direct zonlicht slecht en worden snel overbelicht in hun donkere violet. Vroege ochtend of laat in de middag dus, en bij voorkeur tegen een lichte achtergrond zodat de bloemvorm uitkomt. Zoek hekwerken, pergola's en muurtjes in tuinen en parken; deze clematis is een typische tuinplant en je vindt hem zelden verwilderd. Een groeiplek in halfschaduw met de voet in de koelte is klassiek — vandaar de tuinregel: kop in de zon, voet in de schaduw.
Clematis viticella was de eerste clematis die in Engelse tuinen werd geïntroduceerd. Al in 1569 werd de plant gekweekt door Hugh Morgan, apotheker van koningin Elizabeth I. Tegen 1597 stonden er twee varianten in Engelse tuinen — een blauwe en een rode — en droeg de plant de bijnaam 'virgin's bower', waarschijnlijk een verwijzing naar koningin Elizabeth zelf. Vanuit Engeland verspreidde de soort zich verder over Noord-Europese tuinen. De Italiaanse clematis vormt de basis van talloze moderne hybriden; veel populaire tuinclematissen in de zogeheten Viticella-groep zijn directe afstammelingen of kruisingen met deze soort.
Nog maar 2 waarnemingen van Italiaanse clematis dit jaar. Deel er één en de pagina komt tot leven.
Voeg je waarneming toe →