Clematis patens komt oorspronkelijk uit Japan en het aangrenzende noordoosten van Azië, waar de soort meestal aan bosranden groeit. De geslachtsnaam Clematis komt uit het Grieks (klēmatis), afgeleid van klēma — rank of klimscheut — een verwijzing naar de klimmende, houtige stengels die het geslacht typeren. Binnen de ranonkelfamilie (Ranunculaceae) is Clematis een van de weinige groepen die echt verhouten en als liaan kunnen groeien. Vanaf het midden van de negentiende eeuw bereikten Japanse Clematis-soorten de Europese tuinbouw, en C. patens werd al snel een belangrijke ouder van de grootbloemige tuinhybriden die nu over heel West-Europa worden geplant. De soort zelf zie je in Nederland zelden in het wild, maar bijna elke grootbloemige clematis tegen een Bredase schutting of pergola heeft patens-bloed.
Clematis patens en zijn directe hybriden bloeien vroeg voor het geslacht: de eerste grote bloemen verschijnen meestal vanaf half mei (rond DOY 130), met een piek tussen eind mei en begin juni. In Nederland en België valt de hoofdbloei doorgaans samen met de laatste seringen en de eerste rozen. Veel cultivars geven daarna in augustus of september een tweede, kleinere bloei op nieuw hout. De individuele bloem houdt het — bij koel, bewolkt weer — een week tot tien dagen vol; in een warme meiweek is dat fors korter.
De bloemen zijn opvallend groot voor een klimplant: 10 tot 15 cm in doorsnede, plat uitgespreid, met meestal zes tot acht bloemdekbladen die als een ster openvallen. Wat je voor bloemblaadjes aanziet, zijn botanisch gezien kelkbladen — echte kroonbladen heeft Clematis niet. De kleur loopt bij de wilde soort van romig wit tot lichtpaars; in cultivars vind je dieppaars, roze, gestreept en tweekleurig. In het hart staat een dichte bos meeldraden, vaak donkerder dan de rand. Het blad is samengesteld, meestal drietallig, met gaaf gerande tot licht getande deelblaadjes. De plant klimt niet met hechtwortels of ranken, maar door de bladstelen om steun heen te draaien — vandaar de voorkeur voor dunne traliewerk of gaas.
Voor foto's werkt zacht ochtendlicht het best: de platte bloemen reflecteren in volle middagzon en verliezen dan tekening in de lichte tinten. Zoek pergola's, tuinmuren en voortuinhekken in de oudere Bredase wijken — clematis is een klassieke voortuinplant en hangt vaak op ooghoogte. Een lichte regenbui ervoor maakt de meeldraden donkerder en de kleur verzadigder. Plant zelf bij voorkeur met de voet in de schaduw en de kop in de zon; een platte steen of een lage vaste plant ervoor doet wonderen.
Clematis patens werd in 1836 wetenschappelijk beschreven door de Duitse arts en botanicus Philipp Franz von Siebold en zijn collega Joseph Gerhard Zuccarini, op basis van materiaal dat Siebold tijdens zijn jaren op het kunstmatige eilandje Deshima in de baai van Nagasaki had verzameld. Japan was toen nog gesloten voor buitenlanders, en Siebolds zendingen vormden voor Europa de eerste serieuze kennismaking met de Japanse tuinflora. C. patens bleek bovendien een goudmijn voor kwekers: kruisingen met de Chinese C. lanuginosa leverden vanaf de jaren 1860 in Engeland de eerste grootbloemige tuinclematissen op, waaronder de nog altijd verkochte 'Nelly Moser' uit 1897. Vrijwel elke clematis met een bloem groter dan een hand stamt langs die lijn af.
Nog maar 1 waarneming van Clematis dit jaar. Deel er één en de pagina komt tot leven.
Voeg je waarneming toe →