Achillea collina is een overblijvend kruid uit de composietenfamilie (Asteraceae), nauw verwant aan het bekendere duizendblad. De geslachtsnaam Achillea verwijst naar Achilles, de Griekse held die volgens de mythe de plant gebruikte om wonden van zijn soldaten te behandelen — een betekenis die je terugziet in de geneeskrachtige reputatie van het hele geslacht. De soortnaam collina komt van het Latijnse collis, heuvel, en duidt op de voorkeur voor droge, open hellingen en graslanden. De soort komt verspreid voor in Midden- en Oost-Europa en is via natuurlijke verspreiding ook in delen van West-Europa terechtgekomen, vaak op kalkrijke, schrale bodems. In Nederland is het een onopvallende verschijning die makkelijk verward wordt met gewoon duizendblad.
Achillea collina bloeit in West-Europa doorgaans van juni tot en met september, met een piek in juli en augustus. In dagen van het jaar uitgedrukt loopt de bloei ruwweg van DOY 152 tot DOY 260. De individuele bloemschermen blijven enkele weken open, en planten op zonnige, droge plekken kunnen na een eerste bloei nog een tweede, kleinere ronde geven tot in de vroege herfst. Droge zomers verkorten de bloei; vochtige, milde periodes rekken hem juist op. Voor wie de plant in volle bloei wil zien is half juli meestal de zekerste gok.
De bloeiwijze is een vlak, schermvormig tuiltje van veel kleine bloemhoofdjes — elk hoofdje meet zo'n 4 tot 6 millimeter en bestaat uit een handvol witte (soms licht roze) lintbloemen rond een geelwit hart. Van een afstand lijkt het geheel op een witte, platte deken boven het blad. De bladeren zijn fijn en veervormig ingesneden, twee- tot drievoudig geveerd, en voelen zachter aan dan die van gewoon duizendblad. De plant wordt meestal 30 tot 50 centimeter hoog, met rechtopstaande, licht behaarde stengels. Gekneusd blad geeft een kruidige, kamferachtige geur af. De groeivorm is pollen-vormend: meerdere stengels staan dicht bij elkaar uit een ondergrondse wortelstok.
De beste tijd voor een bezoek is een droge ochtend in juli, wanneer het licht nog laag staat en de witte schermen contrasteren met het donkere blad eronder. Voor foto's werkt zacht zijlicht beter dan vol middaglicht — de fijne bladstructuur en de kleine hoofdjes verdwijnen anders in een vlakke witte massa. Zoek de plant op droge, zonnige plekken: bermen, dijken en schrale graslanden. Een macrolens of een telefoon met goede close-up-modus haalt het meest uit de details van de afzonderlijke bloemhoofdjes.
Het hele geslacht Achillea is vernoemd naar Achilles, die volgens Homerus de plant van de centaur Chiron leerde kennen als wondheler — een verhaal dat in de Middeleeuwen de Latijnse naam herba militaris opleverde. Achillea collina werd pas in de negentiende eeuw als aparte soort onderscheiden van het bredere Achillea millefolium-complex, en de status als zelfstandige soort is in de botanische literatuur lang besproken. De plant wordt in delen van Centraal-Europa nog steeds geteeld voor de winning van etherische olie, omdat het gehalte aan azuleen — de blauwe component die ook kamille zijn werking geeft — bij collina relatief hoog ligt. Voor veldbotanici is het een klassiek voorbeeld van hoe lastig het duizendblad-complex te ontwarren is.
Nog maar 1 waarneming van Achillea collina dit jaar. Deel er één en de pagina komt tot leven.
Voeg je waarneming toe →